Door Klaas de Jong | Gepubliceerd op 14 oktober 2026 | Stand van zaken: 14 oktober 2026
Uw auto wordt ieder jaar ouder. Maar volgens het kabinetsvoorstel kan hij eerst wél, daarna géén en vervolgens opnieuw een fiscale youngtimer zijn. Kunt u daar als ondernemer een verantwoorde aankoopbeslissing op baseren?
De voorgestelde leeftijdsgrens gaat naar 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028. Dat is een versoepeling ten opzichte van de eerder vastgelegde sprong naar 25 jaar. Toch blijft er onzekerheid. Nieuwe Kamerstukken en het debat van 12 oktober laten zien dat de bescherming van bestaande gebruikers nog onderwerp van discussie is. Hieronder staan de voorstellen, standpunten en bronnen naast elkaar.
- De grens van 17 en daarna 20 jaar is nog een wetsvoorstel.
- Voor bestaande gebruikers uit de toelatingsjaren 2008–2010 dreigt een tijdelijke onderbreking.
- SGP en ChristenUnie vragen om een geleidelijker overgang.
- De greentimerregeling van het kabinet verschilt wezenlijk van de eTimerregeling van Autobelangen.
Dit raakt ondernemers en werknemers die een zakelijke auto ook privé gebruiken en bijtelling verschuldigd zijn. Alleen het bezit van een oudere privéauto maakt iemand geen gebruiker van de fiscale youngtimerregeling.
Wat is al geregeld en wat ligt nog op tafel
Bij een kwalificerende youngtimer wordt de bijtelling berekend over de waarde in het economische verkeer, in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Het onderscheid tussen bestaande wetgeving en nieuwe voorstellen is daarbij essentieel.
| Onderwerp | Stand per 14 oktober 2026 | Status |
|---|---|---|
| Leeftijdsgrens in 2026 | 16 jaar, met specifiek overgangsrecht voor bestaande situaties | Geldende regeling |
| Leeftijdsgrens vanaf 2027 volgens eerdere wetgeving | 25 jaar | Wettelijk vastgelegd; het nieuwe voorstel moet dit wijzigen |
| Nieuwe grens in 2027 | 17 jaar | Voorstel Belastingplan 2027 |
| Nieuwe grens vanaf 2028 | 20 jaar | Voorstel Belastingplan 2027 |
| Bijtelling voor kwalificerende youngtimers | 35% van de WEV | Het huidige voorstel verhoogt dit percentage niet |
Bronnen: de kabinetsantwoorden aan de Eerste Kamer van 5 oktober, vastgesteld op 6 oktober 2026 en de nota aan de Tweede Kamer van 9 oktober 2026.
Wie wil welke aanpassing
Het wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026 maakt duidelijk dat de partijen verschillende kanten op willen. Een vraag of aangekondigd amendement is nog geen Kamerbesluit.
| Partij of organisatie | Standpunt of inzet | Bron en datum |
|---|---|---|
| Kabinet | 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028; geen blijvende bescherming van alle bestaande gebruikers | Kabinetsantwoorden, 5 en 9 oktober 2026 |
| SGP | Jaarlijkse stappen naar 20 jaar in 2030; overweegt een amendement | Wetgevingsoverleg, 12 oktober 2026 |
| ChristenUnie — Pieter Grinwis | Vraagt om 18 jaar in 2028, 19 jaar in 2029 en 20 jaar in 2030 | Wetgevingsoverleg, 12 oktober 2026 |
| BBB | Bekritiseert het tijdelijke fiscale gat en de ingewikkelde gevolgen voor ondernemers | Wetgevingsoverleg, 12 oktober 2026 |
| D66 — Henk-Jan Oosterhuis | Vraagt naar verdere afbouw en het beperken van toekomstige instroom | Wetgevingsoverleg, 12 oktober 2026 |
| Stichting Autobelangen — Wouter van Embden | Pleit voor behoud van de grens op 16 jaar en bescherming van grensgevallen | Gepubliceerd door Salaris Vanmorgen, 21 september 2026 |
De oproep van Autobelangen dateert van vlak vóór de onderzochte periode van 23 september tot en met 14 oktober. Hij blijft relevant als achtergrond bij de nieuwe politieke discussie. Bron: publicatie van 21 september 2026.
Mijn duiding: er is ruimte voor verdere reparatie, maar de Kamer heeft nog geen gezamenlijke richting gekozen.
Welke auto’s kunnen tijdelijk buiten de regeling vallen
De gevolgen zijn hieronder afgeleid uit de voorgestelde grens van twintig jaar vanaf 2028. De exacte datum van eerste toelating is bepalend, niet alleen het bouwjaar.
| Jaar eerste toelating | Gevolg vanaf 1 januari 2028 bij ongewijzigde aanvaarding |
|---|---|
| 2007 of eerder | De auto heeft de leeftijd van twintig jaar al bereikt |
| 2008 | De auto voldoet zodra hij in 2028 twintig jaar wordt; daarvoor kan een onderbreking ontstaan |
| 2009 | Tijdelijk buiten de leeftijdsgrens; voldoet weer bij het bereiken van twintig jaar in 2029 |
| 2010 | Tijdelijk buiten de leeftijdsgrens; voldoet weer bij het bereiken van twintig jaar in 2030 |
Het kabinet erkent deze onderbreking in de antwoorden van 9 oktober. Langer overgangsrecht is overwogen, maar onder meer om budgettaire redenen niet gekozen.
Dat is precies de onzekerheid waarop Autobelangen wijst. Voor een ondernemer telt immers de gebruiksperiode van de auto. Een gunstige bijtelling in 2027 biedt onvoldoende zekerheid voor een aankoop die meerdere jaren mee moet. Bron: nota naar aanleiding van het verslag, 9 oktober 2026, onderdeel 5.
Zijn de greentimer en de eTimer hetzelfde
Beide ideeën moeten oudere elektrische auto’s aantrekkelijker maken voor zakelijk gebruik. De voorgestelde berekening verschilt.
| Onderdeel | Kabinetsvoornemen greentimer | Voorstel Autobelangen eTimer |
|---|---|---|
| Waarderingsgrondslag | Oorspronkelijke cataloguswaarde | Actuele waarde van de auto |
| Bijtellingspercentage | Voorgenomen 14% | Het dan geldende percentage voor nieuwe EV’s |
| Leeftijd | Voorgenomen doelgroep van 5 tot 8 jaar | Vanaf vijf jaar |
| Invoering | Beoogd in 2029 | Geen vastgestelde invoeringsdatum |
| Status | Beleidsvoornemen, nog uit te werken | Voorstel van de stichting |
Het kabinet kiest voor cataloguswaarde vanwege de controleerbaarheid. Autobelangen wil juist de waardedaling laten meetellen. Voor een oudere EV met een hoge oorspronkelijke nieuwprijs kan dat verschil belangrijk zijn.
Bronnen: Eerste Kamer, antwoordbrief 5 oktober 2026, gepubliceerd als verslag op 6 oktober en het eTimerdossier van Autobelangen, geraadpleegd op 14 oktober 2026; op deze dossierpagina staat geen afzonderlijke publicatiedatum.
Welke bronnen en komende momenten zijn belangrijk
| Bron of activiteit | Datum | Wat staat er |
|---|---|---|
| Autobelangen, dossierupdate | 15 september 2026 | Reactie op Prinsjesdag en aandacht voor overgangsproblemen; de pagina waarschuwt zelf voor oudere tekst onder de update |
| Tweede Kamer, verslag 37.022 nr. 12 | 1 oktober 2026 | Schriftelijke vragen over het Belastingplan 2027 |
| Eerste Kamer, verslag 36.812 / 32.800, AB | Vastgesteld 6 oktober 2026 | Bevat vragen van 14 juli en antwoorden van 5 oktober |
| Tweede Kamer, nota 2026D50335 | 9 oktober 2026 | Kabinetsreactie op de schriftelijke vragen |
| Tweede Kamer, verslag 2026D50767 | 12 oktober 2026 | Ongecorrigeerd debatverslag; standpunten zijn nog geen besluiten |
| Eerste Kamer, commissiestukken Financiën | Vergaderdatum 13 oktober 2026 | Vermelden de petitieaanbieding door Autobelangen op 27 oktober om 12.30 uur |
Volgens deze Eerste Kamerplanning volgt behandeling van het belastingpakket op 7 en 8 december, met stemming op 15 december 2026. Dat zijn geplande momenten.
Wat betekent dit voor uw volgende autokeuze
Kijk bij aanschaf of aanhouden van een youngtimer naar de bijtelling over de volledige verwachte gebruiksperiode. Laat daarnaast de actuele waarde, onderhoudstoestand en toekomstige verkoopbaarheid meewegen. Fiscaal voordeel en marktwaarde zijn verschillende onderdelen van dezelfde beslissing.
Een WEV-taxatie onderbouwt de actuele waarde van uw auto. Zij bepaalt niet of u onder toekomstig overgangsrecht valt. Juist daarom moeten de voertuiggegevens en de fiscale uitgangspunten afzonderlijk kloppen.
Meer achtergrond vindt u op onze pagina over de youngtimerregeling.
Welke vragen horen we vaak
Is twintig jaar vanaf 2028 al definitief?
Nee. Dit is onderdeel van het Belastingplan 2027 dat nog parlementair wordt behandeld.
Kan mijn bestaande youngtimer tijdelijk zijn fiscale voordeel verliezen?
Ja, dat kan volgens het huidige voorstel. Controleer de eerste toelatingsdatum en de voorwaarden van het overgangsrecht.
Mag ik een vijf jaar oude EV al bijtellen over de WEV?
Niet op grond van het eTimervoorstel. Dat voorstel is geen geldende regeling.
Welke zekerheid krijgt de ondernemer
De politieke discussie draait om vergroening, uitvoerbaarheid en belastingopbrengsten. Voor de ondernemer gaat het ook om vertrouwen: een auto wordt aangeschaft voor meerdere jaren, terwijl de fiscale spelregels onderweg kunnen veranderen.
Een geleidelijker overgang kan lucht geven. Maar voorspelbaarheid vraagt om een regeling waarop berijders, werkgevers en autobedrijven hun keuzes kunnen baseren.
Als een auto gewoon ieder jaar ouder wordt, waarom zou de fiscale zekerheid van de ondernemer dan eerst vooruit, vervolgens achteruit en daarna weer vooruit moeten gaan?