Door Klaas de Jong — stand van zaken op 14 oktober 2026
Een medewerker wil nog graag een nieuwe hybride auto. HR bewaakt het mobiliteitsbeleid, de wagenparkverantwoordelijke zoekt een passende leaseprijs en Finance rekent aan de kosten. Vanaf 2027 komt daar een bedrag bij dat de keuze behoorlijk kan veranderen: de pseudo-eindheffing.
Bij een nieuwe auto met een fiscale cataloguswaarde van € 50.000 gaat het om € 6.000 per jaar. Voor tien van deze auto’s is dat € 60.000 extra werkgeversheffing op jaarbasis, wanneer ze het hele jaar onder de regeling vallen. Dat maakt de vraag actueel: nog dit jaar vervangen, langer doorrijden of overstappen op elektrisch?
Er zijn kansen om tijdig te handelen. Maar alleen een kentekenregistratie in december 2026 is niet voldoende.
Wat verandert er voor werkgever en berijder
Vanaf 1 januari 2027 geldt een extra werkgeversheffing voor personenauto’s met CO₂-uitstoot die vanaf dat moment voor het eerst door de werkgever beschikbaar worden gesteld voor privégebruik. Benzine, diesel en hybride vallen hieronder, ook een plug-inhybride. Voor deze heffing telt woon-werkverkeer mee als privégebruik.
Bij nieuwe en gangbare jonge auto’s bedraagt de heffing jaarlijks 12% van de fiscale cataloguswaarde, inclusief btw en bpm. De werkgever betaalt. De bestaande bijtelling voor de werknemer blijft daarnaast bestaan; de werkgever mag de heffing niet op de werknemer verhalen. De regeling geldt zowel bij lease als bij een auto in eigendom.
Voor de berijder kan vooral het keuzeaanbod veranderen. Een werkgever zal bij nieuwe bestellingen vaker naar elektrisch rijden kijken of een bestaande auto langer willen inzetten. Bespreek daarom tijdig wat nodig is voor het werk én wat praktisch haalbaar is bij het laden. Bron: KVK
Wat staat vast en wat is nog een voorstel
De invoering per 1 januari 2027 staat in de aangenomen wetgeving. Voor auto’s die dezelfde werkgever al vóór die datum ter beschikking heeft gesteld, bestaat overgangsrecht tot 17 september 2030.
In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 wordt voorgesteld deze periode te verlengen tot en met 31 december 2030. Ook liggen er onder voorwaarden uitzonderingen voor vervangend vervoer bij onderhoud of reparatie, incidenteel kort gebruik en handgeschakelde lesauto’s.
Per 14 oktober 2026 moeten we de bestaande wet en deze voorgestelde versoepelingen uit elkaar houden. Een begroting kan rekening houden met een mogelijke verlenging, maar een besluit hoort ook te werken als een voorstel nog verandert. Bron: Rijksoverheid, uitvoeringstoets wijzigingen pseudo-eindheffing
December kan kansen bieden
Mijn verwachting is dat een deel van de zakelijke vraag naar benzine- en hybrideauto’s naar eind 2026 verschuift. Dat kan extra belangstelling opleveren voor direct beschikbare voorraad en jonge occasions. Een verkooppiek is daarmee voorstelbaar, maar geen zekerheid.
Voor werkgevers die elektrisch rijden nog niet goed kunnen inpassen, kan tijdige ingebruikname ruimte geven om de overstap zorgvuldig voor te bereiden. Denk aan laadvoorzieningen, netcapaciteit, reispatronen en afspraken met medewerkers.
Daar staat tegenover dat haast geld kan kosten. Een gunstige aanbieding kan tegenvallen wanneer een lopend leasecontract duur moet worden beëindigd of een nog prima bruikbare auto versneld wordt ingeruild. Vergelijk daarom de totale kosten over de gebruiksperiode.
Een decemberkenteken geeft geen vrijbrief
De feitelijke terbeschikkingstelling door de werkgever is bepalend. Bestellen, betalen of registreren vóór de jaarwisseling is op zichzelf onvoldoende.
| Praktijksituatie | Gevolg voor het overgangsrecht |
|---|---|
| Werkgever stelt de auto in december 2026 daadwerkelijk beschikbaar aan zijn werknemer | Kan onder het overgangsrecht vallen. |
| Dealer registreert in december; zakelijke klant krijgt de auto in januari 2027 | De registratie stelt het overgangsrecht niet veilig. |
| Een auto uit 2026 wordt in 2027 verkocht aan een andere werkgever | Het eerdere overgangsrecht gaat in beginsel niet mee. |
| Dezelfde werkgever wijst zijn bestaande auto later toe aan een andere werknemer | Het overgangsrecht kan behouden blijven. |
Dit maakt het aflevermoment een wezenlijk onderdeel van de afspraak. Leg vast welke auto wanneer aan welke werknemer beschikbaar is gesteld. Bij een werkgeverswisseling, fusie of overname verdienen de specifieke regels extra aandacht. Bron: BOVAG
Voorraad kan onderhandelingsruimte geven
Bij Stellantis, met onder meer Peugeot, Citroën, Opel en Fiat, vermeldt het halfjaarverslag 2026 voorraadopbouw in de regio Enlarged Europe. Het concern meldt ook hogere verkoopstimulansen die de Europese opbrengsten drukken. Dat biedt aanleiding om beschikbare auto’s en aanbiedingen goed te vergelijken. Het bewijst niet dat ieder model ruim voorradig is. Bron: Stellantis, halfjaarverslag 2026
Renault Group rapporteerde per 30 juni 2026 een wereldwijde voorraad van 546.000 nieuwe voertuigen, inclusief dealerstock. Dat is geen Europese voorraadmeting en ook geen bewijs van een overschot. Bron: Renault Group, halfjaarresultaten 2026
De kans voor de inkoper zit in een passende auto tegen goede voorwaarden, met een haalbare afleverdatum. Vraag daarom om concrete beschikbaarheid van het betreffende voertuig. Een voorraadadvertentie alleen zegt onvoldoende over transport, aflevering en daadwerkelijke inzetbaarheid.
De bedreigingen zitten ook in de jaren daarna
Een lagere aanschafprijs is maar één kant van het verhaal. Wie nu een brandstofauto koopt, moet ook nadenken over de verkoopbaarheid over drie of vier jaar.
Mijn inschatting is dat de veranderende zakelijke vraag druk kan zetten op de restwaarde van bepaalde benzine- en hybrideauto’s. De omvang zal per model verschillen. Particuliere vraag, exportmogelijkheden, kilometerstand en onderhoud blijven mede bepalend.
Het tijdelijke fiscale voordeel voor de huidige werkgever is daarom geen vanzelfsprekend onderdeel van de toekomstige verkoopwaarde. Reken bij aankoop ook met een minder gunstig restwaardescenario.
Voor HR ligt een ander risico bij de verwachtingen van medewerkers. Een auto is vaak onderdeel van het arbeidsvoorwaardenpakket. Een wijziging in keuzebeleid vraagt om overleg en toetsing van bestaande afspraken. Een medewerker zonder eigen laadplek heeft bovendien andere praktische vragen dan een collega die thuis kan laden.
Wat HR en de wagenparkverantwoordelijke nu kunnen doen
Begin met een overzicht per auto: cataloguswaarde, aandrijving, datum van terbeschikkingstelling, contracteinde en geplande vervanging. Breng vervolgens per berijder de dagelijkse inzet en laadmogelijkheden in kaart.
Vergelijk daarna drie mogelijkheden: de bestaande auto langer gebruiken, nog in 2026 vervangen of bij vervanging overstappen op elektrisch. Neem afschrijving, onderhoud, energie, verzekering, financiering, eventuele beëindigingskosten en werkgeversheffing mee.
Laat Finance de fiscale uitgangspunten controleren en maak met leverancier en berijder concrete afspraken. Zo wordt een beslissing vóór de jaarwisseling een onderbouwde keuze die ook na januari nog past.
Pseudo-eindheffing 2027: is er nog voortschrijdend inzicht?
De voorgestelde aanpassingen laten zien dat uitvoeringsproblemen tot bijstelling kunnen leiden. De vraag blijft of werkgevers en berijders voldoende duidelijkheid krijgen om hun wagenpark verantwoord aan te passen.
Een fiscale maatregel beïnvloedt immers meer dan de volgende bestelling. Hij raakt arbeidsvoorwaarden, laadvoorzieningen, investeringsruimte en de waarde van auto’s die al in gebruik zijn.
Wachten op verdere politieke beweging kan aantrekkelijk lijken. Mijn advies is om ondertussen de eigen keuzes door te rekenen en met medewerkers te bespreken. Daarmee blijft er ruimte om op veranderingen te reageren.
En voor het eerstvolgende gesprek tussen berijder, HR en directie is dit een passende ijsbreker:
Pseudo-eindheffing 2027: is er nog voortschrijdend inzicht?